Categorieën
Terugblik

Terugblik van een moderator


Filocafé 02/06/2024, Mol
gemodereerd door Peter, artikel geschreven door Peter

“Hoe belangrijk zijn principes?”

Dat was de vraag van vandaag.
Wat zijn principes? Vroegen we ons af.

De antwoorden waren uiteenlopend.
Een regel, waarde en/of norm, reglement, ongeschreven regel,….
Deze kunnen persoonlijk zijn vanuit het ‘ik’, of maatschappelijk vanuit het ‘wij’.
Je kunt er strikt mee omgaan of soepel. Je kan ze ook in vraag stellen, je kan er vóór of tegen zijn.
Is het hetzelfde als een mening?
Je kan een principe als excuus gebruiken om iets te bekomen van iemand anders of als houvast, leidraad, kompas om je leven te leiden, doordacht, bewust of onbewust.
De principes zijn heel verscheiden en kunnen gevormd zijn door je opvoeding, de cultuur waarin je leeft, je netwerk, je ervaringen, je gevoel, de kennis die je opdoet, of je kijkt vanuit het ‘ik’ of ‘wij’.. Ze kunnen dan ook evolueren/ veranderen.

Je aan je principes houden kan moeilijk zijn, het kan zorgen voor conflicten. Je kan als dwarsligger/ moeilijk mens ervaren worden. Het kan ook voor orde en een goed verloop van een gebeurtenis zorgen. Het kan voor onrust of rust zorgen.

Hoe je met je principes omgaat is minstens zo belangrijk als de principes op zich. Naargelang de situaties kan je al dan niet strikter of Soepelder zijn. Dit kan je zelf overwegen/ kiezen. Hiervoor is het wel belangrijk dat je je bewust bent van welke principes jezelf hebt. Zijn het gewoontes of doordachte/ onderbouwde gedragsregels? Wil je ze opleggen aan anderen? Waarom? Waarom niet? Welk doel? Welk gevolg?….

Wat is het doel van principes?
Zich veilig voelen of gemoedsrust hebben?
Het kan een persoonlijk of groep/maatschappelijk doel dienen, bv je gezondheid of netheid in huis of het goed verloop van een filosofisch café of andere activiteit.
Om de sociale cohesie te bevorderen?
Om perfectie na te streven of controle te behouden?
Je imago bij leven of dood.
Het kan je identiteit bepalen.

We hadden het ook over waarden en normen.
Als de waarde verkeersveiligheid is kan een norm zijn ‘ stoppen bij roodlicht.’
Bij de norm ‘naar de kerk gaan’ kunnen verschillende waarden gelden: geloof, groepsgevoel, kunstzinnidheid, rust/ stilte,…
De waarde ‘milieuvriendelijkheid’ kan de norm ‘ zo weinig mogelijk vliegen’ of ‘geen ‘afval in de natuur gooien’ impliceren.

‘Woke’ kan gezien worden als een verzameling van waarden : rechtvaardigheid, antiracisme, mensenrechten nastreven. Streven naar verandering.
Dit kan bedreigend zijn voor anderen, aangezien er geschud wordt aan principes. Principes loslaten/verliezen die een houvast, leidraad of kompas zijn kan als beangstigend zijn. Bv sinterklaas in vraag stellen. Maar ook sinterklaas is ooit door de kerk ingevoerd om heidense gebruiken te vervangen.

§§§

Filocafé 05/05/2024, Mol
gemodereerd door Peter, artikel geschreven door Peter

“Wanneer wordt een mening een oordeel?”

Het bleek geen gemakkelijke vraag te zijn en het verschil tussen beiden bleek niet altijd zo duidelijk.

We onderzochten beide begrippen.
Mening:
Alle indrukken, ervaringen, je opvoeding, je familie, je vrienden, genen enz zorgen voor input waarmee je bewust of onbewust een mening vormt.
Meningen kunnen genuanceerd zijn.
Politieke standpunten zijn gebaseerd op meningen maar misschien ook wel oordelen.
Een visie kan opgebouwd zijn uit verschillende meningen al dan niet genuanceerd. Je kijkt op de wereld/ samenleving, mensbeeld,….
Een mening kan je herzien door voortschrijdend inzicht omdat je andere zaken te weten gekomen bent door ervaring of studie
Een mening heeft altijd het risico in zich dat het een oordeel wordt of zo ervaren wordt.

Oordeel:
Is het gevolg van een mening. Gezien een mening herzien kan worden geld dit ook voor een oordeel.
Op een oordeel kan een beslissing volgen die je gedrag zal sturen.
Een oordeel kan voortkomen uit een eerste impulsieve ingeving of een een weloverwogen overpijnzing.
Een oordeel wordt vaak negatief ervaren. Het duid op een keuze maken, goed of slecht, waarde geven aan iets of iemand.
Voor je het al dan niet uitspreekt kan je een oordeel vormen met je denken. Het uitspreken maakt het expliciet.
Je kan doelgericht bewust een oordeel vellen of je mening kan als een oordeel overkomen afhankelijk van hoe je het formuleert of hoe de ontvanger zich voelt/ denkt.
Een oordeel is meestal zwart-wit, kan voor duidelijkheid zorgen, kan grenzen aangeven.
Door te gaan stemmen kan je een oordeel geven
Veroodeel je als je oordeelt?

Je mening formuleren als ik denk dat…, volgens mij….. , het is…. Kan verschillend gepercipieerd worden.

Waarom hebben mensen meningen en oordelen ze?
Voor de (oer)mens was/ is het levensnoodzakelijk om te kiezen/ oordelen of iets goed, gevaarlijk, giftig, gezond… is. Ook voor de sociale interactie in je familie of ruimere peergroep kan het een verschil maken in uitsluiting of aanvaarding.
Het kan je positie bepalen in groep/maatschappij. Het kan je identiteit bepalen voor jezelf of hoe anderen je zien.
Sociale druk kan ook meespelen.
Je mening/ oordeel bepaalt hoe je omgaan met anderen, welke keuzes je maakt enz….

De uitgangsvraag stellen is belangrijk omdat je mening ongewild ervaren kan worden als een oordeel waardoor je anderen ongewild kwetst of je anders overkomt dat je zou willen.
Meningen/ oordelen sturen je gedrag,

Men kan ook bang zijn om eigenmeningen te hebben en mensen de kudde volgen hebben schijnbaar geen mening of zijn ze bang. Of is hun mening/ oordeel over hunzelf te streng? Zijn ze onzeker? …..

Meningen kunnen leiden tot oordelen waaruit beslissingen kunnen volgen die je gedrag/ actie sturen.

Wat zeggen filosofen over dit thema? ( Volgens ChatGTP)
Filosofen hebben verschillende perspectieven op meningen en oordelen. Hier zijn enkele uitspraken:

Socrates: “Een ononderzochte mening is niet waard om vast te houden.”

Plato: “Oordeel is de intellectuele capaciteit om de waarheid te onderscheiden.”

Immanuel Kant: “Oordeel wordt gevormd door zowel aangeboren vermogens als ervaringen.”

Friedrich Nietzsche: “Meningen zijn meer een uitdrukking van individuele wil tot macht dan van objectieve waarheid.”

Bertrand Russell: “Oordeel moet gebaseerd zijn op redelijkheid en bewijs, niet op emoties of vooroordelen.”

Elk van deze filosofen benadrukt verschillende aspecten van meningen en oordelen, variërend van de rol van kritisch denken tot de invloed van subjectiviteit en ervaring.

§§§

Filocafé 07/04/2024, Mol
gemodereerd door Peter, artikel geschreven door Peter

“Wanneer is iets taboe?”

De vraag ‘Wanneer is iets taboe?’ leverde boeiende filosofische beschouwingen op.
Met een tiental deelnemers deelden we onze gedachten en ervaringen.
‘Taboe’ werd gezien als niet praten over iets enerzijds omdat het jezelf negatieve gevolgen kan bezorgen zoals: ruzie, discussie, het beeld wat anderen van jezelf hebben kan veranderen, je kan verstoten worden uit je gezin/ vriendengroep…., anderzijds kan je ook ergens niet over praten uit altruïsme omdat je bv iemand zou kunnen kwetsen of benadelen.

Soms spelen andere motieven als: discretie, privacy, beroepsgeheim en (zelf)censuur een rol om niet over iets te praten.

Taboes, dus zaken die niet uitgesproken worden, zijn sterk afhankelijk van je groep, gezin, persoonlijkheid en cultuur. Gebeurtenissen kunnen ook taboes doen ontstaan of opheffen net als de tijdsgeest bv misbruik in de kerk.

Onderwerpen die taboe kunnen zijn: vernoemen dat je een van je kinderen liever ziet, menstruatie, medische issues, religie, seksualiteit, geaardheid, zelfmoord, euthanasie, de dood, pedofiele gevoelens, politieke overtuiging, salaris,…

Dan hebben we het ook gehad over hoe we taboes kunnen doorbreken of wat er nodig is hiervoor:
Jezelf niet meer schuldig voelen, opstand/ betoging, kunstenaars en artiesten kunnen ook een rol spelen als voorlopers, ook influencers,media/tv, het feit dat iets niet meer actueel is kan helpen, een andere omgeving/ groep opzoeken met andere normen, nadenken/filosoferen en dan bewuste keuze maken , een maatschappij waar er uiting van vrijemening kan een gezin met een open sfeer, soms therapie/ begeleiding en als slot veiligheid.
Je kan ook altijd kijken vanuit het ‘ik’ of de groep/ de ander waarmee je in interactie bent. Ligt het taboe bij jezelf of is het opgelegd door de groep.
In dit kader werd ook verwezen naar de ‘sociologie’ als wetenschap die hier relevante onderzoek naar doet.

Wat zeggen filosofen over taboes? ( opgezocht via chatgtp)
Sommigen filosofen beschouwen taboes als sociale constructies die kunnen variëren afhankelijk van tijd en cultuur, terwijl anderen geloven dat taboes essentieel zijn voor het behoud van sociale orde en stabiliteit. Sommige filosofen stellen ook vragen over de oorsprong en legitimiteit van taboes, en hoe ze van invloed zijn op individuele vrijheid en moraliteit. Over het algemeen bieden filosofen een breed scala aan inzichten in de aard en functie van taboes in de samenleving.

Michel Foucault suggereerde dat taboes een vorm van machtsuitoefening zijn, waarbij bepaalde ideeën of praktijken worden gemarginaliseerd om de heersende normen te handhaven en controle uit te oefenen over individuen.

Sigmund Freud betoogde dat taboes vaak voortkomen uit diepgewortelde sociale angsten en verlangens, en dat ze een cruciale rol spelen in het onderdrukken van menselijke driften om sociale cohesie te behouden.

Friedrich Nietzsche stelde dat taboes het resultaat zijn van traditionele moraliteit en religie, en dat het doorbreken van taboes een daad van individuele rebellie en zelfexpressie kan zijn, die het potentieel heeft om nieuwe waarden en perspectieven te creëren.

Mary Douglas, een antropologe, ontwikkelde de theorie dat taboes functioneren als een middel om sociale orde en structuur te handhaven door bepaalde aspecten van het leven te categoriseren en te reguleren, waardoor mensen een gevoel van controle en voorspelbaarheid krijgen in hun omgeving.

Deze uitspraken tonen de diversiteit aan denken over taboes binnen de filosofie, variërend van sociologische en psychologische benaderingen tot antropologische en ethische perspectieven.

§§§

Filocafé 04/02/2024, Mol
gemodereerd door Peter, artikel geschreven door Peter

“Wanneer moet we sorry zeggen?”

Het filosofisch onderzoek kwam tot volgende gedachten.
Er blijken heel wat redenen/situaties te zijn wanneer het goed kan zijn om sorry te zeggen.
Of het ‘moet’ daar was de groep eens over dat het altijd een keuze is. Alhoewel het ook een keuze kan zijn om jezelf op te leggen om ‘sorry’ te ‘moeten’ zeggen omdat je het voor jezelf een morele verplichting vindt of om vergiffenis te krijgen om je eigen gemoedsrust/ welzijn.

Even werd ook aangehaald dat ‘onweerstaanbare dwang’ misschien ook een rol kan spelen want deze term is niet enkel voor ‘slechte daden’ gereserveerd.

Redenen om sorry te zeggen: omdat je echt spijt heb van wat je gedaan/ gezegd hebt, plaatsvervangend bv voor het gedrag van je kinderen, omwille van een misverstand, oprecht omdat je iemand gekwetst hebt al dan niet bewust, omdat je fout was, doelgericht bv in een rechtbank om strafvermindering te krijgen, of gewoon uit beleefdheid.
Of iemand zijn ‘sorry’ gemeend is kunnen we echter nooit weten.
Soms moet je ‘sorry zeggen’ ook on hold zetten omdat jezelf of de ander er niet klaar voor is. Op een ongepast moment of als de tijd nog niet rijp is dit al doen kan ongewenste gevolgen hebben en de toekomst hypothikeren. Hoe een sorry begrepen wordt kan ook in relatie staan tot de ervaringen die eenieder heeft met dit gegeven. Punt is hier dat we dikwijls de anderen hun ervaringen niet kennen.
Het kan heel zinvol zijn en verbindend werken in relaties om te ontspannen, gesprek aan te knopen, of erbij te horen, of om iets af te sluiten en verder te gaan.
Het kan moed vergen om toe te geven dat je fout was of zelf om een ‘sorry’ te vragen omdat je dit voor jezelf nodig hebt. Een ‘sorry’ vragen kan de ander tot inzicht brengen dat je gekwetst bent door zijn handelen.
Het kan ook een altruïstische daad zijn omdat je weet dat het helend/ helpend kan zijn voor de ander.
Het kan een vorm van respect, rechtvaardigheid en eerlijkheid zijn en je wordt er ook door gezien.

Wat zeggen filosofen?
Filosofen hebben verschillende perspectieven op excuses en verontschuldigingen. Sommigen benadrukken de morele en sociale verantwoordelijkheid om excuses aan te bieden wanneer men anderen heeft geschaad. Anderen kunnen argumenteren dat excuses een belangrijk onderdeel zijn van zelfreflectie en groei, omdat ze een erkenning van fouten en een streven naar verbetering vertegenwoordigen. Er zijn ook filosofen die de complexiteit van excuses benadrukken, zoals wanneer oprechte excuses moeten worden aangeboden en wanneer ze slechts een sociaal protocol zijn zonder werkelijke betekenis.

“Een oprechte verontschuldiging is meer dan alleen woorden; het is een erkenning van onze menselijke kwetsbaarheid en een belofte van verbetering.” – Socrates

“Excuses bieden ons de mogelijkheid om onze moraliteit te tonen door verantwoordelijkheid te nemen voor onze daden en de pijn die we anderen hebben veroorzaakt.” – Immanuel Kant

“Het vermogen om oprecht excuses aan te bieden is een teken van innerlijke kracht en morele volwassenheid.” –
Confucius

“Excuses zijn niet alleen een sociale conventie, maar ook een middel om empathie en verbondenheid tussen mensen te bevorderen.” –
Martha Nussbaum

“Het aanbieden van excuses vereist moed, omdat het het erkennen van onze eigen tekortkomingen en fouten inhoudt, zelfs als dit gepaard gaat met schaamte.” – Jean-Paul Sartre

§§§

Filocafé 05/11/2023, Mol
gemodereerd door Lesley, artikel geschreven door Lesley

“Wat is intuïtie?” (en na de pauze “Kan iets wat lelijk is ook mooi zijn?”)

De uitdrukkingen die op het bord zijn gekomen als reactie op deze eerste vraag:

onbewuste, buikgevoel, voorgevoel, inwendige stem, plots reageren, gevoel met uitschakeling ratio, ‘weten’ zonder bewust nadenken (m.b.h.) eerdere ervaringen, eerste gedacht, niet zozeer impulsief, reflex, niet gelijk aan instinct.

Veel werd er ook gesproken over een zesde zintuig, dus dat intuïtie zou kunnen beschouwd worden als een zintuig bovenop de ‘normale’ zintuigen: smaken, voelen, ruiken, horen, zien.

In de populaire media wordt het zesde zintuig echter eerder geassocieerd met het paranormale zoals telepathie, wichelen en voorspellen van zaken.

Misschien kunnen we intuïtie een beetje omschrijven als een mening gebaseerd op gevoelens en niet zozeer op het redeneren of de ratio.

Bij snelschaken ga je een beroep doen op je intuïtie omdat je snelle beslissingen moet maken waarbij discursief denken niet aan de orde is. Je doet een beroep op ervaringen uit eerder gespeelde schaakpartijen.

Veel mensen doen echter vaak ook een beroep op de intuïtie bij zaken waar snel beslissen niet nodig is, dus waarbij de ratio achterwege wordt gelaten omdat er eerder vertrouwd wordt op het buikgevoel. Bij mensen met een grote kennis en met veel ervaring op allerlei gebied zal die (psychische) functie beter ‘werken’ dan bij mensen in het tegenovergestelde geval.

Dus vertrouwen op je intuïtie kan goed uitdraaien, maar het kan evengoed nefast zijn. Complotdenkers zijn een schoolvoorbeeld van mensen die zeer intuïtief denken.

Het is uiteraard ook een evolutionair gegeven want zonder menselijke intuïtie zou homo sapiens wellicht nooit overleefd hebben in de natuur en zouden we niet staan waar we nu staan. Het zou dus wel eens een evolutionaire voorsprong kunnen bieden ten opzichte van andere soorten.

Associatief gedrag dus het leggen van verbanden is sowieso positief zolang je geen verkeerde verbanden legt.

Intuïtie geeft een gevoel van zekerheid die er in feite nooit is omdat er eerder irrationele ingevingen en gevoelens worden aangesproken dan voorzichtig te rekenen met feiten.

§§§

Filocafé 01/10/2023, Mol
gemodereerd door Peter, artikel geschreven door Peter

“Hoe kunnen we mensen aanzetten tot duurzaam gedrag?”

Duurzaam zagen we hier als ‘in ieders belang’ zowel voor onszelf, onze kinderen, mensen in armoede, mensen die voor ons goedkope kleren maken, voor onze Aarde/natuur….

Niet verspillen van water, voeding, spullen,kleding, grondstoffen auto’s, elektro, , consuminderen,…

Meer lokaal geproduceerde spullen gebruiken, energie besparen en minder co² uitstoten, minder afval/ recycleren. …

We analyseerden het probleem als een complex kluwen van winstbejag, groepsdruk, mee willen zijn, lui zijn. Betrokkenen zijn producenten, aandeelhouders, politiek en consument.

Hoe kunnen we aanzetten tot ander gedrag?

Bewustwording van het probleem is belangrijk, door na te denken/ in vraag te stellen.

Als het gaat om bv in Mol geproduceerde wol speelt marketing en productplacement een rol.

In het algemeen zou heffen van taksen op niet duurzame spullen misschien kunnen helpen.

Er moet een mentaliteitsverandering komen door aandacht te hebben voor ethiek: waarden en normen.

We moeten het niet schuwen om in gesprek hierrond te gaan of mensen aan te spreken rond (niet) duurzaam gedrag en het goede vb te geven.

Het kan ook belangrijk zijn om in een sociale context te vertoeven om geïnspireerd te worden of groepsdruk te ervaren net zoals er nu groepsdruk is voor onduurzaam gedrag.

Een wereldwijde (her) opvoedingsprogramma via o.a. Unicef kan misschien soelaas brengen.

Wat kunnen we concreet zelf doen?

Geen water verspillen: kraandicht bij het tandenpoetsen of inzepen onder de douche. Geen bad maar douche nemen, geen drinkwater gebruiken voor wc, koud douchen.

Ook inleefreizen organiseren voor jongeren kan helpen om hen bewust te laten worden dat water uit de kraan niet overal evident is. Een deel van de jongeren zou hierdoor hun gedrag aanpassen.

Onze kleine stappen maken het verschil niet of vele druppels hebben toch invloed?

Zaadjes planten bij anderen door te praten het vb te geven,….

Acties ondernemen, betogen op straat komen kan ook effect hebben op bv politiek of kiezen voor andere partijen.

Overschakelen op elektriciteit: warmtepomp, thermische energie, groene stroom.

We hebben invloed door keuze van leverancier: www.mijngroenestroom.be

Je energiefactuur per maand laten berekenen om je verbruik zichtbaarder te maken op korte termijn.

Duurzame projecten ondersteunen, minder met de auto rijden, minder vliegen, eigen groenten telen liefst zonder pesticiden en minder dierlijke producten concumeren.

Wat zeggen filosofen?

Filosofen hebben verschillende opvattingen over duurzaamheid, en hun standpunten kunnen sterk variëren. Hier zijn enkele van de belangrijkste perspectieven die filosofen hebben ingenomen:

Milieufilosofie: Milieufilosofen hebben uitgebreid nagedacht over de relatie tussen de mens en de natuurlijke wereld. Sommige filosofen, zoals Aldo Leopold, benadrukken het belang van ethische verantwoordelijkheid voor de natuur en pleiten voor een ethiek van rentmeesterschap.

Ethische overwegingen: Ethici debatteren over de morele plicht van individuen en samenlevingen om de planeet te beschermen voor toekomstige generaties. Begrippen zoals intergenerationele rechtvaardigheid en deontologie spelen hierbij een rol.

Politieke filosofie: Filosofen als John Rawls hebben geschreven over rechtvaardigheid in de verdeling van natuurlijke hulpbronnen en welke maatregelen de samenleving moet nemen om duurzaamheid te waarborgen.

Technologisch optimisme versus scepticisme: Sommige filosofen geloven dat technologie en innovatie kunnen bijdragen aan duurzaamheid, terwijl anderen waarschuwen voor de gevaren van technologisch optimisme en wijzen op mogelijke negatieve gevolgen van technologische vooruitgang.

Diep-ecologie versus antropocentrisme: Filosofen zoals Arne Naess hebben het concept van diep-ecologie ontwikkeld, waarin de intrinsieke waarde van alle natuurlijke entiteiten wordt benadrukt, los van hun bruikbaarheid voor mensen. Dit staat in contrast met antropocentrische opvattingen die de mens centraal stellen.

Kortom, filosofen bieden een breed scala aan perspectieven op duurzaamheid, die variëren van ethische overwegingen tot politieke en ecologische benaderingen. De discussies en debatten in de filosofie dragen bij aan ons begrip van hoe we met milieuproblemen en duurzaamheid moeten omgaan.

§§§

Filocafé 06/08/2023, Mol
gemodereerd door Peter, artikel geschreven door Peter

“Wat is jezelf zijn?”

Met 15 deelnemers onderzochten we de vraag ‘Wat is jezelf zijn’

Geen gemakkelijke vraag bleek.

Nature/nurture werd gezien als de bouwstenen. Enerzijds krijg je genen mee die je temperament/karakter bepalen. Gecombineerd met je opvoeding, de invloed van anderen, de inzichten door wat je meemaakt, wat je leert en ervaart bepaald mee wie je wordt/ bent. Omdat je steeds ervaringen blijft hebben is ‘jezelf’ veranderlijk.

Als men aan zelfonderzoek doet om de zelfkennis te vergroten, komt men zowel negatieve als positieve aspecten tegen. Om goed in het leven te staan is het de kunst om tevreden te zijn met beide of ze tenminste te aanvaarden.

Kun/mag je altijd jezelf zijn?

Jezelf zijn werd gezien als je denken/gedrag/psyche/ gevoel gestuurd door je eigen waarden en normen die op hun beurt door nature/nurture worden gevormd.

Men kan niet altijd zichzelf zijn omdat men altijd met anderen rekening moet houden. Als jezelf ‘jezelf’ wilt zijn moet men ook aanvaarden dat ‘anderen ook zichzelf willen zijn’ dit kan positief/ negatief zijn voor het eigen zelf. Het is daarom altijd zoeken naar een evenwicht tussen jezelf en de anderen.

Bestaat het ik/ego/zelf? Misschien is het een illusie.

Kunnen we onszelf kennen? Ook hier kunnen we in een illusie leven, we denken onszelf te kennen maar soms kan het nodig zijn dat anderen ons een spiegel voor houden om onszelf beter te leren kennen. Hebben we anderen dan nodig om onszelf te kennen?

Om jezelf te kennen stelt men zich soms kwetsbaar op. Om dat te kunnen hebben we een veilige omgeving nodig.

Moet je zelfkennis hebben om ‘jezelf’te kunnen zijn?

Kun je weten wanneer je ‘jezelf’ bent? Is men niet gewoon altijd zichzelf?

Zijn er grenzen aan jezelf zijn? Een mens met pedofiele of andere ongepaste (maatschappelijk bepaald/ waarden/ normen/ wetten) gevoelens kan dit niet uiten. Hij/zij moet zichzelf begrenzen.

Soms komt men ook terecht in een innerlijke conflict als anderen zaken van je verwachten die je eigen veilig gevoel in gedrang brengen. Bv een vriend in nood vraagt je om hulp. De gevraagde actie zou er voor zorgen dat je (tijdelijk?) jezelf niet kunt zijn. Hoe moet men hier mee omgaan?

Het vergt soms moed om jezelf te zijn.

Moeten we mild zijn voor anderen en onszelf?

Een boeiend filosofisch café met nog veel onbeantwoorde vragen.

Filosofen hebben door de geschiedenis heen verschillende perspectieven gehad op het concept van ‘jezelf zijn’. Sommigen benadrukken het belang van zelfbewustzijn en reflectie om je ware zelf te begrijpen, terwijl anderen geloven dat ‘jezelf zijn’ verbonden is met sociaal en cultureel bepaalde identiteiten. Het is een diepgaand en complex onderwerp dat vaak leidt tot discussies over bewustzijn, authenticiteit, en de relatie tussen individu en samenleving.

Jean-Jacques Rousseau: Rousseau sprak over authenticiteit en het belang van het volgen van je natuurlijke impulsen om je ware zelf te vinden.

Friedrich Nietzsche: Nietzsche benadrukte het belang van zelfontdekking en zelfcreatie, en pleitte voor het overstijgen van sociale conventies om ware individualiteit te bereiken.

Søren Kierkegaard: Kierkegaard verkende het idee van persoonlijke keuzes en de spanning tussen het zelf en de maatschappij, en hoe men zijn eigen identiteit kan ontwikkelen binnen deze context.

Martin Heidegger: Heidegger sprak over het concept van “Dasein,” waarbij hij zich richtte op het begrip van het menselijk bestaan en hoe individuen authentiek kunnen zijn in hun eigen leven.

Michel Foucault: Foucault onderzocht hoe sociale en culturele krachten individuele identiteit vormgeven, en hij benadrukte de noodzaak om bewust te zijn van machtsstructuren die ons beïnvloeden.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden; er zijn nog veel meer filosofen die zich bezighouden met het concept van ‘jezelf zijn’. Elk van hen heeft unieke ideeën en perspectieven over hoe individuen hun eigen identiteit kunnen begrijpen en ontwikkelen

Moderatie en verslag door Peter Zimmerman

§§§

Filocafé 02/07/2023, Mol
gemodereerd door Peter, artikel geschreven door Peter

“Wat is verdraagzaamheid?”

Na heel wat ergernissen benoemd te hebben, want dat lokte de vraag blijkbaar uit, kwam men in de tweede helft toch meer tot de kern.
Er moet blijkbaar toch eerst sprake zijn van een ergernis of tenminste het begin ervan om tot verdraagzaamheid te komen.
Want je moet iets kunnen verdragen. Iets wat je stoort, iets wat je veiligheid, welzijn kan in gevaar brengen of iets wat als onrecht of benadeling ervaren kan worden. Een emotie of oordeel van onszelf.
Wanneer we deze emotie/dit oordeel met de rede gaan onderzoeken, kunnen we er toe komen dat we besluiten dat onze ergernis (on)redelijk is.
Verdraagzaamheid werd gezien als een keuze. Iets een ander gunnen, iets verdragen/tolereren van een ander en uiteindelijk aanvaarden.
Om dat te kunnen, moeten we open staan en begrip/empathie kunnen hebben voor de ander. Achter elk gedrag zit een oorzaak/probleem.
‘Doe niet aan een ander wat je niet wilt dat een ander doet aan jezelf’ kwam ook ter sprake.
(On)verdraagzaam kan je zijn naar medemensen, systemen, gedrag, ideeën, natuur,….
Concrete voorbeelden van verdraagzaamheid kwamen niet zo vlot. In het huwelijk moet/ben je verdraagzaam (zijn). Naar oudere mensen die je geduld op de proef stellen, in het verkeer, jongeren, andere culturen….
Er zijn echter ook grenzen aan verdraagzaamheid, die bepaalt het individu afhankelijk van de context, de groep met afspraken, of de maatschappij door wetten te stellen.

Wat vinden we terug in de filosofische geschiedenis? Filosofen hebben verschillende opvattingen over verdraagzaamheid, afhankelijk van hun perspectieven en filosofische stromingen. Hier zijn enkele belangrijke ideeën van filosofen:

  1. John Locke: Locke benadrukte het belang van religieuze verdraagzaamheid. Hij pleitte voor tolerantie tussen verschillende religieuze overtuigingen en argumenteerde dat de staat geen rol zou moeten spelen in religieuze aangelegenheden. Volgens Locke heeft elk individu het recht om zijn eigen religieuze overtuigingen te hebben, zolang ze anderen niet schaden.
  2. Voltaire: Voltaire was een voorstander van vrijheid van meningsuiting en verdraagzaamheid tegenover andere denkbeelden. Hij zei: “Ik ben het oneens met wat je zegt, maar ik zal tot de dood vechten voor je recht om het te zeggen.” Voltaire benadrukte het belang van het respecteren van de vrijheid van anderen, zelfs als we het niet eens zijn met hun ideeën.
  3. Immanuel Kant: Kant formuleerde het principe van de categorische imperatief, dat stelt dat je anderen moet behandelen als doelen op zich, en niet als middelen om je eigen doelen te bereiken. Dit idee impliceert dat we respect moeten hebben voor de autonomie en waardigheid van anderen, wat een vorm van verdraagzaamheid inhoudt.
  4. John Stuart Mill: Mill was een voorstander van het principe van het schadenbeginsel. Hij betoogde dat mensen vrij moeten zijn om te handelen zoals ze willen, zolang ze anderen niet schaden. Dit idee houdt in dat we tolerant moeten zijn ten opzichte van verschillende levensstijlen en meningen, zolang ze anderen niet direct schaden.
  5. Martha Nussbaum: Nussbaum ontwikkelde een theorie van politieke verdraagzaamheid, gebaseerd op het idee van “capability approach” (benadering van mogelijkheden). Ze benadrukt het belang van het beschermen van basisrechten en het bevorderen van het vermogen van individuen om een goed leven te leiden volgens hun eigen waarden. Deze benadering vereist een zekere mate van verdraagzaamheid ten opzichte van verschillende opvattingen en levensstijlen.

Het is belangrijk op te merken dat deze filosofen verschillende benaderingen hebben, maar ze delen over het algemeen de opvatting dat verdraagzaamheid essentieel is voor het bevorderen van vreedzaam samenleven en respect voor de autonomie van individuen.

§§§

Filocafé 18/06/2023, Mol
gemodereerd door Gert, artikel geschreven door Lesley

“Maken mijn gedachten mijn leven?”

Deze filosofische vraag herinnert ons aan de intellectuele strijd in de 18de eeuw tijdens de Verlichting tussen de rationalisten uit Frankrijk en de empiristen uit Engeland. De rationalisten gingen ervan uit dat de rede of het denken de oorzaak van alle kennis is, terwijl de empiristen van de ervaring uitgingen.

De grote vraag die rijst is of inderdaad onze gedachten ons leven maken of veeleer onze ervaringen. We zijn het er met zijn allen over eens dat de waarheid wellicht in het midden te vinden is, bijgevolg dat de combinatie van rede en ervaringen ons leven maken. Dus we kunnen stellen dat onze gedachten (ratio) ons leven maken, maar ook dat ons leven (ervaring) onze gedachten maakt.

De vraag werd gesteld wat een gedachte eigenlijk is. Voor mij is dat iets in het brein dat naar boven komt en getriggerd kan worden door een spectrum van onnoemelijk veel factoren, die enerzijds kunnen samengevat worden door het nature-nurture narratief en anderzijds door bewuste of onbewuste ervaringen (dromen), manifestaties (bvb het weer) of andere factoren (bvb associaties die je brein maakt). Je DNA, je genetica, enz… (nature) heeft aan de ene kant invloed op de structuur van je brein en dus op je denken. Je omgeving, je opvoeding, enz… (nurture) bepaalt aan de andere kant ook mee over hoe en wat je denkt en dus doet.

Een gedachte kan een inzicht, een beslissing of een herinnering zijn, maar evenzeer een levensfilosofie of een manier van denken. Een gedachte kan worden getriggerd vanuit de rede, vanuit emotie maar ook vanuit ervaringen. Gedachten kunnen zich zowel in bewuste als in bewusteloze staat manifesteren. Zo zijn dromen voor mij ook gedachten die invloed kunnen hebben op je denken en doen. De kans is groot dat de grootste oorzaak van gedachten wel eens vanuit het onderbewustzijn zouden kunnen voortvloeien, dus door factoren waar we ons niet van bewust zijn.

Bovendien zegt de causaliteit dat ieder gevolg een oorzaak heeft. Dat brengt met zich mee dat ook een gedachte een oorzaak of oorzaken moet hebben. Het lijkt me arrogant te denken dat wijzelf die oorzaak kunnen zijn en dus boven Moeder Natuur en de causaliteit zouden staan.  

Dit laatste brengt ons tot een misschien nog grotere vraag, die overigens tijdens zeer veel filosofische gesprekken naar boven komt, namelijk of er zoiets bestaat als een vrije wil.

Een uiterst interessant gegeven hieromtrent heb ik gevonden in het denken van Schopenhauer, namelijk dat de mens wel kan doen wat hij wil, maar niet kan willen wat hij wil.

Het feit dat de vrije wil niet zou bestaan, brengt ons dan weer bij een gigantisch moreel probleem, namelijk dat we dan geen verantwoording zouden dienen af te leggen voor onze daden en dat wetteloosheid en chaos het gevolg zouden zijn.

Ik sluit af met een quote van Einstein die het overigens eens was met de visie van Schopenhauer: “Als de maan in haar ronde om de aarde zelfbewustzijn zou bezitten, zou zij er volledig van overtuigd zijn dat zij haar weg uit eigen wil aflegt. […] Op eenzelfde wijze zou een intelligenter wezen dat de mens en wat hij doet met een dieper inzicht zou aanschouwen, glimlachen om zijn illusie dat hij uit vrije wil handelt.”

§§§

Filocafé 04/06/2023, Mol
gemodereerd door Lesley, artikel geschreven door Lesley

“Creëren we onze eigen werkelijkheid?”

Deze filosofische vraag brengt ons bij de allegorie van de grot van Plato (427 v.C. – 347 v.C).
Het betreft een hypothetisch verhaal waarbij enkele mensen hun hele leven geketend in een grot zitten met enkel zicht op de achterwand van de grot. Ze kunnen hun hoofd niet keren en zien dus de ingang achter zich niet. Tussen de ingang van de grot en de mensen bevindt zich een vuur en buiten de grot lopen mensen heen en weer. Bijgevolg zien ze enkel de schaduw van de mensen uit de buitenwereld en horen ze enkel de echo’s van de geluiden die ze maken. Op een dag kan er eentje zichzelf bevrijden en komt hij tot inzicht dat de werkelijkheid anders is dan wat hij altijd had gedacht. Als hij terug naar de grot komt geloven de anderen hem niet.

Na controle bedoelt de vraagsteller eigenlijk de fysieke werkelijkheid en daarom behandelen we de vraag dan ook als: Creëren we onze eigen fysieke werkelijkheid?

De werkelijkheid is voor ieder wezen anders. Zo ziet de werkelijkheid er voor een vlieg heel anders uit als voor een mens. Andere voorbeelden zijn de goudvis die de infrarode straal van de afstandsbediening kan zien en een hond die het hondenfluitje kan horen of een persoon met een bepaalde geur in een vol stadion kan opsporen, om het dan nog niet te hebben over roofvogels die hun prooi van op 3 km afstand kunnen zien.

Er moet uiteraard ook een onderscheid worden gemaakt tussen de kwaliteit van waarneming en de kwantiteit ervan. Denk maar aan de vlieg die een gezichtsveld heeft van bijna 360 graden en die dan ook nog eens zo’n 300 beelden per seconde onderscheidt, terwijl een mens maximum 30 beelden per seconde kan zien.

Fysieke werkelijkheid valt en staat dus met zintuiglijke waarneming, een waarneming die voor iedereen weliswaar anders is. Er zijn echter nog andere factoren die spelen, namelijk zaken zoals context, interpretatie, tijdsgeest, externe factoren, denkfouten en psychologie. Iemand in levensstrijd ziet de werkelijkheid, vooral de tijdsbeleving, heel anders dan iemand die rustig in de hangmat ligt; voor een baby is alles speelgoed; slavernij werd in de Romeinse tijd heel anders bekeken dan vandaag; complotdenkers halen hun kennis uit onbetrouwbare media en geloven zo bijvoorbeeld dat de aarde plat is; vooroordelen creëren een onjuiste blik op de wereld; een doemdenker bekijkt de wereld heel anders dan iemand met een roze bril, enzovoort…

De grote vraag die tevoorschijn komt is echter hoe de feitelijke objectieve werkelijkheid zich manifesteert en of die überhaupt bestaat. De aard van de reële waarneembare wereld is door ons mensen niet te vatten, net zoals de onmetelijkheid van het grote (relativiteit) en het kleine (kwantummechanica) niet te vatten zijn.

In onze realiteit bestaat de werkelijkheid uit ondoorgrondelijke begrippen zoals ruimte, energie en tijd en weten we nog niet eens wat donkere materie en donkere energie zijn, om het nog niet te hebben over hoe het brein werkt en wat een bewustzijn eigenlijk is. Elke oorzaak heeft een gevolg (causaliteit), alles evolueert (darwinisme) en het leven of de werkelijkheid is de optelsom van toevalligheden die door de beste statistici niet kan worden uitgeteld.   

Iedere waarnemer of elk wezen bekijkt en interpreteert de wereld vanuit een eigen perspectief en creëert dus een eigen wereld. Waarmee de vraag dus eigenlijk beantwoord wordt. De opmerking werd gemaakt dat er ooit iemand als volgt antwoordde op de vraag of het glas nu halfvol of halfleeg is: “Waar is de kraan?”

§§§

Filocafé 28/05/2023, Lommel
gemodereerd door Marnix, artikel geschreven door Lesley

“Is alle geloof bijgeloof?”

Een intrigerend citaat van Voltaire gaat als volgt: “Bijgeloof zet de hele wereld in vlammen; de filosofie dooft ze“.

Deze filosofische vraag is dan ook geïnspireerd op de overtuigingen van Voltaire, de belangrijke voortrekker van de Franse Verlichting in de 18de eeuw. Hoewel hij bijgeloof niet expliciet gelijkstelde met religie, was Voltaire zeker van mening dat bepaalde religieuze overtuigingen bijgeloof konden voortbrengen.

In het bijzonder was hij zeer afwijzend tegenover de eerbied voor relikwieën en de krachten die eraan werden toegeschreven in de geschiedenis van het christendom. Tot op de dag van vandaag maken mensen nog steeds pelgrimstochten naar plaatsen waar de beenderen van deze of gene heilige liggen, of het kleed van een van Christus’ discipelen als een ander voorbeeld. Veel mensen gingen geloven dat deze relikwieën hen van een ziekte konden genezen of hun ziel konden zuiveren. Dit bijgeloof is in strijd met alle leerstellingen in de christelijke bijbel.

De vraag interpreteren we dan ook als “Is alle godsgeloof bijgeloof?” aangezien de context hier naar leunt. “Alle” geloof impliceert immers bijvoorbeeld ook het geloof in politieke en wetenschappelijke overtuigingen, terwijl dat door de vraagsteller niet wordt bedoeld.

Tijdens het filosofisch café kwamen verschillende voorbeelden van bijgeloof aan bod: de zwarte kat, het getal dertien, de talisman, het lopen onder een ladder, de (on)geluksbrenger. Nog andere voorbeelden zijn het kruisen van de vingers, gemorst zout, het hoefijzer, de wens bij een vallende ster, het klavertje vier, het kloppen op hout, de gebroken spiegel en ga zo maar verder.

Bijgelovigheid is een eigenschap van iemand die lichtgelovig is. Een lichtgelovige is iemand die geneigd is om al wat hem of haar verteld wordt, te geloven. Onzekerheid of een gebrek aan zelfvertrouwen zal het werk van kwakzalvers en bijgeloof in het algemeen ook zeker in de hand werken. In het verleden speelde het bijgeloof sowieso een belangrijke rol in het dagelijkse leven. Het is duidelijk dat het fenomeen maatschappelijk gevoed wordt en tegelijkertijd zo oud is als de mensheid zelf.

Voor de Romeinen uit de oudheid duidt bijgeloof (superstitio) elke cultus, overtuiging, gedachte of houding aan die betrekking heeft op een god en zich voordoet in een niet-openbare context. Superstitio is het tegenovergestelde van religio die betrekking heeft op de openbare eredienst die voor en door haar aan de goden van de stad Rome wordt betoond, in feite door de officieel aangestelde magistraten en priesters. 

Tijdens het filosofisch café werd de deelnemers gevraagd wie al dan niet bijgelovig is. Ongeveer de helft gaf aan bijgelovig te zijn. De vraag wie al dan niet gelovig is, werd niet gesteld. Een gemiste kans lijkt me.

Strikt genomen is een onderscheid tussen geloof en bijgeloof niet te maken. De essentie van beide is immers het geloof in het bovennatuurlijke. Het geloof in een god(sdienst) impliceert echter een veel omvattender narratief, terwijl bijgeloof zich richt op zeer specifieke en vaak eerder triviale zaken.

Men zou kunnen stellen dat het geloof in een god(sdienst) een bijgeloof is als je godsdienst zuiver als stok tussen de deur hanteert. “Het moest maar eens waar zijn, dat er leven na de dood is etc…”.

In godsdienstwetenschappelijk / metafysisch / theologisch opzicht kunnen we stellen dat de begrippen in erg van elkaar verschillende contexten worden gebruikt.

In taalkundig opzicht kunnen we stellen dat de betekenis van het woord “godsgeloof” zeer verschillend is van de betekenis van het woord “bijgeloof” en dat het antwoord op de filosofische vraag dan ook negatief is. Een factor is ook het verschil in perceptie tussen Nederlandstaligen en Frans- of Engelstaligen. “Bijgeloof” is immers “superstition” in zowel het Frans, Spaans als in het Engels. In het Nederlands wordt de eerder foutieve associatie met geloof hierdoor eventueel sneller gemaakt.

Bijgeloof staat vanuit etymologisch opzicht in het oudere Nederlands naast overgeloof (vgl Hoogduits Aberglaube). Terwijl overgeloof zoveel betekent als “van het geloof afwijkend”, betekent bijgeloof zoveel als “het nevengeloof, wat naast het geloof bestaat”. Het Duitse “aberglaube” beaamt dit omdat je “aber” als “fout” of “slecht” moet begrijpen in de oude betekenis. “Over” van overgeloof is een directe vertaling van het Latijnse superstitio.

In filosofisch / psychologisch / antropologisch opzicht kunnen we stellen dat zowel geloof als bijgeloof typisch menselijke fenomenen zijn. Het rationeel denken wordt vooral bij het laatste volledig aan de kant gelegd. Aan de ene kant zijn het leggen van incorrecte verbanden door het menselijk brein en het maken van denkfouten, zoals het hebben van vooroordelen en het geloven in samenzweringstheorieën, dan ook hardnekkige tekortkomingen bij onze soort. Aan de andere kant kan het hebben van een houvast of zingeving een psychologisch voordeel bieden als placebo.

Vanuit wetenschappelijk uitgangspunt wordt er vanuit het empirisme en vanuit de ratio uitgegaan en is alle godsgeloof en bijgeloof niet te combineren met de causaal deterministische/darwinistische overtuigingen.

Vanuit cultuurhistorisch opzicht klinkt het aannemelijk dat bijgeloof bij de jager-verzamelaars een eerste aanzet was om over te gaan naar riten, cultussen en uiteindelijk naar het geloof in goden. Dus het is niet ondenkbaar dat bijgeloof een belangrijke factor is geweest bij het ontstaan van godsgeloof. Het animisme kan ongetwijfeld beschouwd worden als één van de eerste geloven bij de homo sapiens. De stap van bijgeloof naar een animistischhylozoïstische overtuiging is dan ook snel gezet.   

Of je nu gelovig, bijgelovig, agnost of atheïst bent, in het algemeen is het geloof in het eigen kunnen en dus in zichzelf misschien wel het belangrijkste geloof. Het waanidee dat de winst bij een schaakpartij af kan hangen van het al dan niet gebruiken van mijn geluksbalpen, ga ik dan ook laten varen.

Afsluiten doe ik met wat humor. Als we godsdienst vergelijken met het plantenrijk, dan kan bijgeloof misschien wel vergeleken worden met onkruid. De bedenking daarbij kan gemaakt worden dat onkruid voor een botanicus ook gewoon deel uitmaakt van het plantenrijk en misschien wel het meest hardnekkig op de proppen blijft komen.

§§§

Filocafé 07/05/2023, Mol
gemodereerd door Peter, artikel geschreven door Peter

“Bestaat er verspilde tijd?”

Om deze vraag te kunnen onderzoeken moesten we eerst overeenkomen wat we in deze context verstaan onder ’tijd’.

Tijd zagen we als een vergankelijke periode of indeling die relatief is, omdat het een individuele ervaring/beleving is.

Daarna zochten we antwoorden op ‘wanneer verspillen we?’

Wanneer we ons doel niet bereikt hebben. Wanneer we geen voldoening ervaarden, of het gevoel hebben dat we iets verliezen of een, achteraf bekeken, verkeerde ‘keuze’ maakten. Wanneer we denken dat het niet nuttig was. Wanneer iets nuttig is, is dan weer heel subjectief. Uit schijnbaar verspilde tijd kan men ook lessen trekken, waardoor het dan wel weer geen verspilde tijd wordt.

De persoonlijke kijk kan anders zijn dan hoe je omgeving er naar kijkt, en hoe jij er naar kijkt, staat in nauw verband met je zienswijze of levensvisie.

Het benoemen als ‘verspilling’ is een oordeel van uit gevoel/conditionering of ratio.

Over het feit of er dan effectief ‘verspilde tijd’ bestaat, was men uiteindelijk genuanceerd en antwoordden de meesten zowel met ja als neen.

Een deelneemster gaf aan dat ‘het denken dat iets verspilde tijd was’ op zich ‘verspilde tijd’ was, want het is voorbij die tijd. Je kan er niets meer aan veranderen. Je kan er hoogstens anders naar kijken waardoor het misschien toch geen verspilde tijd was en je lessen kan trekken uit wat fout/mis liep.

Dank aan de deelnemers om hun gedachten en inzichten te delen.

[nvdr – doet wat denken aan à la recherche du temps perdu van Marcel Proust (1871 – 1922). Dit boek behoort tot de lijst met de belangrijkste boeken uit de wereldliteratuur, samengesteld in 2002. De lijst is alfabetisch, maar er werd wel bekendgemaakt dat Don Quichot de meeste stemmen had gekregen. Fjodor Dostojevski was met vier romans het best vertegenwoordigd in de lijst.]

§§§

Filocafé 30/04/2023, Lommel
gemodereerd door Marnix, artikel geschreven door Lesley

“Is twijfelen goed?”

Dit is een subjectieve en morele vraag, maar het antwoord hangt vooral af van de context en van de interpretatie van het woord “twijfel”. Onderscheid moet immers worden gemaakt tussen de filosofische betekenis van het woord “twijfel” aan de ene kant, waarbij vooral reflectief, sceptisch en kritisch denken aan de orde zijn, en de letterlijke betekenis van het woord aan de andere kant, waarbij je gewoonweg niet zeker bent over iets.

“Twijfel” volgens de letterlijke betekenis: heb ik de deur losgelaten?
“Twijfel” volgens de filosofische betekenis: bestaat vrije wil?

Voor mij zijn er voorlopig drie soorten van twijfel, je kan immers twijfelen op vlak van moraliteit, emotionaliteit alsook rationaliteit en/of een combinatie van deze. Er werd aangehaald dat twijfel de wachtkamer naar het inzicht is en ook kan aanzien worden als een intern parlement waarbij je binnenin of met jezelf debatteert over wat de waarheid voor jou het meest benadert, rekening houdend met je eigen kennis, ervaringen en invloeden van buitenaf.

We kunnen volgens mij nergens zeker over zijn, bijgevolg kunnen we niet anders dan twijfelen. Dat brengt ons tot het onderscheid tussen wetenschap en filosofie dewelke verschillende benaderingen of conclusies hebben omtrent die (on)zekerheid der dingen. Ik denk daarbij aan de onzekerheidsrelatie van Heisenberg, die met zich meebrengt dat de kwantumfysica niet causaal is.

Mooie anekdote naar voorgebracht door Marnix was van de filosofieprofessor die op een kruk gaat zitten en vraagt: “beargumenteer en haal zoveel mogelijk bewijzen naar voren waarmee je aantoont dat de kruk waarop ik zit echt bestaat”. Alle studenten deden er zeer lang over en penden allerlei zaken op papier met uitzondering van eentje, die al na een minuut zijn blad af gaf. Nadien verkondigde de professor dat slechts één student geslaagd was en dat was die ene. Hij had op zijn papier simpelweg geschreven: “welke kruk?”.

 “Het voordeel van de twijfel”, een boek van Stefaan Van Brabandt, werd tijdens het filocafé terecht aangehaald. De inleiding van dit boek heeft de mooie titel “twijfel is het begin van alle wijsheid”. Ook “Ezelsoren” van Johan Braeckman, kwam ter sprake, waarin Johan het heeft over zijn ervaringen met oud-burgemeester van Evergem, Peter Vereecke, een fervent aanhanger van allerhande complottheorieën. Waarmee wordt aangetoond dat de mensen die zaken onvoldoende in twijfel trekken of de feiten onvoldoende checken, zich bevinden in alle lagen van de bevolking.

Het thema godsgeloof kwam ook aan bod waarbij naar voren kwam dat stellingnames zoals “er is maar één god enz…” geen goed uitgangspunt bevatten en dat je best steeds ruimdenkend bent, dat je steeds de deur op een kier laat. Een agnostisch houding lijkt me heel relevant in dit verhaal, want dan zeg je niet ja en niet nee, je zegt dat je het niet weet, dus dat je twijfelt.

Het is altijd goed om te twijfelen aan jezelf, aan anderen, aan oordelen, aan gebeurtenissen, aan percepties, aan alles. Maar belangrijk daarbij is om niet te blijven twijfelen en op die manier twijfel te laten veranderen in piekeren. Zelfzekerheid is zeker ook goed, maar wel op voorwaarde dat je open blijft staan voor de mening van anderen. Als je nergens over twijfelt en over alles zeker bent, dan sta je daar niet voor open. Soms is het zeker ook goed om niet te twijfelen, bij een ongeval bijvoorbeeld, dan moet er immers snel gehandeld worden.

Bij het schrijven van dit artikel speelt Luca Brecel de finale van het WK snooker tegen Mark Selby. Deze laatste denkt wat langer na tussen de stoten in en speelt een beetje voorzichtiger, terwijl Brecel veel sneller, eerder instinctief en heel aanvallend speelt. Bij Brecel is er veel minder twijfel en toch doet hij het zeer goed. Factoren zoals geluk, toeval en ervaring spelen uiteraard ook mee, maar soms kan je ook over-analyseren en is spontaniteit van belang. Dit is aan de ene kant uiteraard een zeer specifieke context die aan de andere kant wel van toepassing kan zijn bij veel sporten of andere creatieve activiteiten, zoals woord en kunst.

Denkfouten zoals het geloven in complottheorieën of het hebben van vooroordelen en andere factoren maken dat twijfelen, in de juiste context en betekenis, echt wel van belang is.

§§§

Filocafé 02/04/2023, Mol
gemodereerd door, alsook artikel geschreven door Lesley

“Wanneer is iets waardevol?”

Niet alleen kan dit voor iedereen anders zijn (persoonlijk), en kan dit voor iedereen na verloop van tijd wijzigen (veranderlijk), ook hangt het antwoord op deze vraag in grote mate af van de context of van de situatie waarin men zich bevindt (bvb in armoede, in oorlogstijd, in welvaartscontext,…).

Vanuit kosmologisch/deterministisch oogpunt is iedere seconde en elke oorzaak waardevol aangezien ieder gevolg daar ten grondslag aan ligt.

Vanuit moreel standpunt is alle leven waardevol, maar moet iedereen voor zichzelf bepalen waar de grens van morele acties precies wordt getrokken (bvb abortus, euthanasie,…)

Vanuit maatschappelijk perspectief kan ieder gegeven dat nuttig is voor de samenleving als waardevol worden beschouwd (opvoeding, respect, religie, onderwijs, vrijheid, democratie, gerechtigheid, broederlijkheid, gelijkheid, duurzaamheid, natuurbehoud, economische welvaart, jobs, levensstandaard, vrije tijd,…) .

Vanuit persoonlijk oogpunt zullen er, los van het levensnoodzakelijke (ademen, drinken, eten, slapen,…) aan de ene kant veel overeenkomsten zijn met het maatschappelijke perspectief, maar kunnen zaken zoals persoonlijke interesses, passies, opvoeding, vriendenkring, karakter, mate van verbondenheid, denkfouten, mate van bëinvloeding, media, enz… aan de andere kant ook een grote rol spelen (macht, rijkdom, familie, gezin, vriendschap, hobby´s, vrijwilligerswerk, social media, materiële bezittingen, statussymbolen,…).

Zelfbehoud komt eerst (doe goed voor jezelf), en altruïsme, al dan niet gedreven door een vorm van eigenbelang (doe goed voor een ander), komt op de tweede plaats, waarbij dankbaarheid en waardering een belangrijke factor zijn.

Voor mij persoonlijk leverde ons gezamenlijk onderzoek in elk geval een heel waardevolle en nuttige namiddag op.
(bekijk hier het resultaat van onze opiniepeiling over “wat is waardevol?”)